Home // Werkvelden // Soortgroepen // Vleermuizen

Vleermuizen

Onderzoek naar vleermuizen gebeurt op veel verschillende manieren, omdat vleermuizen ook op veel verschillende wijzen gebruik maken van gebieden en objecten. Dit is ook nog eens afhankelijk van het seizoen. Meest voorkomend zijn onderzoeken naar vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen.

Vliegroutes
Vleermuizen maken vaak gebruik van vaste routes om van hun rustplaatsen naar foerageergebieden te vliegen. De mate waarin ze dit doen is afhankelijk van de soort. Om te onderzoeken of een (deel van) een gebied onderdeel uitmaakt van een vliegroute van vleermuizen wordt met behulp van batdetectors bepaald welke soorten er vliegen en hoeveel dieren hier gebruik van maken. bSR heeft hiertoe verschillende typen stationaire batdetectors in bezit. Deze kunnen gedurende lagere tijd op een locatie worden opgehangen, van passerende vleermuizen wordt automatisch het geluid opgenomen.  

Foerageergebieden
Foerageergebieden zij de plekken waar de vleermuizen hun voedsel zoeken. Dit zijn meestal de insectenrijke gebieden. Dwergvleermuizen vangen kleinere insecten als vliegen en muggen, grotere vleermuizen als de Laatvlieger kunnen ook grotere prooien aan: ze eten onder andere meikevers, mestkevers en grotere nachtvlinders. Ook foerageergebieden worden onderzocht door met behulp van batdetectors te bepalen hoe vleermuizen gebruik maken van een gebied. In stedelijk gebied zijn de beste foerageergebieden vanzelfsprekend de groenstroken, parken en wateren. Meestal liggen de kraamverblijven dicht bij zo'n goede voedselbron, omdat in de periode dat er jongen zijn er voldoende voedsel aangevoerd moet worden.

Verblijfplaatsen
Verblijfplaatsen zijn de plekken waar de vleermuizen overdag verblijven. Er zijn verschillende typen, die elk maar een deel van het jaar in gebruik zijn. Zo zijn kraamverblijven de plekken waar (meestal groepen) vrouwtjes de jongen ter wereld brengen en grootbrengen. Bij de algemene Gewone dwergvleermuis worden deze vaak in spouwmuren aangetroffen, de Watervleermuis gebruikt hier boomholten voor. In deze periode zitten de mannetjes solitair in zomerverblijven. In het najaar wordt gebaltst. Dit doen mannetjes vanuit de paarverblijven. In de winter worden de winterverblijven gebruikt. Regelmatig zijn dit ook plekken die als paarverblijf in gebruik zijn, maar ook bunkers, groeves en ijskelders kunnen belangrijke winterverblijven zijn.

Bij onderzoek naar verblijfplaatsen wordt ook weer de batdetector gebruikt, maar visuele inspecties zijn erg belangrijk. Wanneer er een kans bestaat dat er ergens een verblijfplaats zit wordt er gekeken of er sporen van bewoning zijn. Zo liggen er vaak kleine keutels onder invliegopeningen van kraamverblijven en zijn er direct onder invliegopeningen sporen van gebruik te zien.

Overwinterende Baardvleermuis in bunker.

De batdetector

Vleermuizen maken een ultrasoon, vrijwel niet voor mensen hoorbaar geluid. Om dit toch te kunnen waarnemen wordt een batdetector gebruikt. En zijn verschillende typen verkrijgbaar die elk op een andere manier werken. De meest geavanceerde zijn van het type 'time expansion'. Hierbij wordt het geluid opgenomen en weer vertraagd afgespeeld, waardoor ook de frequentie evenredig lager wordt. Groot voordeel van deze time-expansion opnamen is dat er niets van het geluidssignaal verloren gaat en er van de geluiden goede sonogrammen te maken zijn. Dit is voor een aantal soorten essentieel om tot een goede determinatie te komen. Vooral vleermuizen van het geslacht Myotis zijn lastig uit elkaar te houden met een eenvoudiger type batdetector, zoals van het type heterodyne. 

Batdetectors die bSR gebruikt zijn van het type Pettersson D240x en Batlogger. Voor projecten waarbij met stationaire detectors wordt gewerkt gebruiken we SongMeter SM2+, Anabat en Batlogger A. Een enkele keer wordt ook Batcorder gebruikt.

Voor de analyse van de vleermuisgeluiden gebruiken we het programma Batsound en Batexplorer (en een enkele keer BatAdmin). Hiermee worden sonogrammen gemaakt van de geluiden, waarbij de geluidsdruk wordt uitgezet tegen frequentie en tijd. Aan de hand van deze sonogrammen zijn verschillende variabelen van de geluiden af te lezen waardoor kan worden bepaald van welke soort ze afkomstig zijn.

voorbeeld van een sonogram in Batsound.