Home // Flora en Fauna // Vlinders

Vlinders

Bont zandoogje (Pararge aegeria)
Bont zandoogje (Pararge aegeria)

Dat Rotterdam rijk is aan vlinders zal niet bij het grote publiek bekend zijn. De vlinderfauna van Rotterdam is in 2010 eens goed op een rij gezet (klik voor artikel uit Straatgras). Er is een historisch vlinderoverzicht gemaakt, wat leidde tot meer dan 1000 soorten dat ooit binnen de gemeentegrens is vastgesteld. Hierin zitten ongeveer 30 soorten dagvlinders die regulier in Rotterdam te zien zijn. Sommige soorten uit het overzicht zullen zijn verdwenen, of juist eenmalig aangetroffen. Andere zijn weer verschenen, als gevolg van klimaatverandering. Het Bont zandoogje Pararge aegeria is zo'n klimaatvlinder. Twintig jaar terug een schaarse verschijning, is de vlinder nu gewoon, zelfs tot diep in de stad.

Ecologisch bezien is die vlinderrijkdom in de stad niet vreemd. Met 319 vierkante kilometer is de gemeente zo groot, dat je gerust kan stellen dat de stad een mooie verzameling aan biotopen vertegenwoordigt. In het westen liggen de duinen (met de Maasvlakte als afgeleide daarvan), waar karakteristieke vlinders als het Hooibeestje Coenonympha pamphilus, Purperen stipspanner Scopula rubiginata en Bonte worteluil Agrotis vestigialis vliegen. Ook een oud stadspark als het Kralingse Bos is waardevol, met soorten als Kaneelsikkelmot Metalampra cinnamomea en Eikenpage Favonius quercus. In vochtig grasland en moerassen vliegen weer Oranjetipjes Anthocharis cardamines, Egale rietboorders Arenostola phragmitidis en Pinksterbloemlangsprietmotten Cauchas rufimitrella. Ieder biotoop heeft zo zijn eigen vlindergemeenschap.

Kommabladroller (Aethes smeathmanniana)
Kommabladroller (Aethes smeathmanniana)

Van niet te onderschatten waarde zijn de groene, natuurlijk ingerichte tuinen. Tientallen vlinders huizen in je tuin zonder dat je er erg in hebt. Vlinders zijn afhankelijk van een voedselplant voor de rupsen, de zogeheten waardplant. Vaak is deze relatie zo specifiek, dat zonder die ene boom of plant de vlinder er niet leeft. De stad herbergt vaak ongewone planten, aangeplant in tuinen, parken of langs wegen. Ongewoon, dat wil zeggen dat ze voorheen niet in deze streek (laag-Nederland) groeiden, maar op de zandgronden van Nederland, of bijvoorbeeld in zuidelijker streken. Dit heeft ertoe geleid dat de laatste jaren, in combinatie met de waardplanten, veel vlinders hun areaal hebben uitgebreid. Een mooi voorbeeld zijn de kleine vlinders waarvan de rupsjes leven in bladeren van de Spaanse aak. Dit is een plant die overal in de stad aangeplant wordt. Een drietal soorten heeft hierdoor het laatste decennium (west-)Nederland kunnen overspoelen: de Akenvruchtmineermot Ectoedemia louisella, Bonte esdoonsteltmot Caloptilia hemidactylella en de Akenmineermot Stigmella aceris.

Rups van Hermelijnvlinder (Cerura vinula)
Rups van Hermelijnvlinder (Cerura vinula)

Sommige vlinders vliegen hooguit paar weken in het jaar. Natuurlijk zijn ze wel heel het jaar aanwezig, maar dan als eitje, pop of rups. Daarmee zijn ze extra gevoelig voor werkzaamheden aan het openbare groen. Te frequent maaien, of juist op een ongelukkig moment, kan ervoor zorgen dat plaatselijk een vliegplaats van Zwartsprietdikkopjes Thymelicus lineola of Dwergvedermotten Adaina microdactyla verdwijnt. Ecologisch beheer is dan zo gek nog niet.

Via deze link is een volledige soortenlijst van alle Rotterdamse vlinders te downloaden, zoals die in november 2010 bij ons bekend was. De lijst bevat alle op Rotterdams grondgebied waargenomen soorten vlinders, dus zowel dag- als nachtvlinders.