Home // Flora en Fauna // Libellen

Libellen en waterjuffers

Libellen en waterjuffers vormen een kleurrijk onderdeel van de Rotterdamse fauna. In tegenstelling tot wat sommigen denken zijn de dieren allerminst gevaarlijk, kunnen ze niet steken, en bijten ze geen mensen. Daarentegen vormen ze een belangrijke indicator dat het met de kwaliteit van het watermilieu goed is gesteld en zijn het belangrijke opruimers van voor mensen schadelijke insecten als steekmuggen.

Lege huidjes van libellenlarven
Lege huidjes van libellenlarven

Uit Rotterdam zijn 38 soorten 'libellen' bekend, dus de vertegenwoordigers van zowel de waterjuffers (Zygoptera) als de echte libellen (Anisoptera). Deze insecten brengen een groot deel van hun leven in het water door, waar ze zich gedragen als roofdieren. Zelfs kleine visjes zijn niet veilig voor de larven van grotere libellensoorten. Na één of twee jaar onder water geleefd te hebben kruipt de larve het water uit, bijvoorbeeld via een rietstengel. Sommige soorten doen dat vroeg in het jaar, zoals de Glassnijder Brachytron pratense en de Vuurjuffer Pyrrhosoma nymphula, andere verschijnen pas in augustus, zoals de Paardenbijter Aeshna mixta en de Houtpansterjuffer Lestes viridis. Na een paar uur barst de hardgeworden huid open, waaruit het volwassen insect tevoorschijn komt. Nadat de vleugels zijn opgepompt met haemolymfe (het insectenbloed) leidt het dier een vliegend bestaan, waarbij andere insecten op het menu staan.

Zowel libellen als waterjuffers hebben vier vleugels. Een handig onderscheid is het feit dat bij de meeste waterjuffers (behalve de Pantserjuffers Lestidae) de vleugels boven het achterlijf worden opgevouwen en bij alle libellen de vleugels bij het zittende of hangende dier wijd uit blijven staan.

Tangpantserjuffer (Lestes dryas)
Tangpantserjuffer (Lestes dryas)

Kleine soorten die talrijk in Rotterdam voorkomen, bijvoorbeeld het Lantaarntje Ischnura elegans, leven vaak in groepen bij elkaar in de oevervegetatie van sloten en plassen. De mannetjes van grotere soorten, bijvoorbeeld de Vroege glazenmaker, zijn vaak territoriaal en dulden geen mannelijke soortgenoten in de buurt. Bij veel libellen en juffers grijpt het mannetje het vrouwtje in de lucht vast waarna bevruchting en ei-afzet in het water plaatsvinden. Bij andere soorten, zoals sommige korenbouten Libellulidae, bewaakt het mannetje het vrouwtje wanneer ze eitjes afzet in de onder de waterspiegel zwevende vegetatie.