Home // Flora en Fauna // Flora

Flora in Rotterdam

De Rotterdamse flora telt zo’n achthonderd tot duizend soorten hogere planten, afhankelijk van welke tijdsperiode wordt bekeken. Planten komen en gaan, rond een basis van constant aanwezige soorten.

Bepalend voor de samenstelling van de Rotterdamse soortenlijst is allereerst het stedelijk-industriële karakter van de regio: agrarisch buitengebied is binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam uiterst zeldzaam en ook een overgangszone van stad naar buitengebied ontbreekt op veel plaatsen.

Het stedelijk groen weerspiegelt het voedselrijke karakter van de Rotterdamse bodem:  Grasland is meestal hoogproductief wat tot uiting komt in de aanwezigheid van veel hoge grassen, Glanshaver, Kropaar, en planten als Gewone berenklauw. Op de mooiste plekken vergezeld van bijvoorbeeld Veldlathyrus of Aardaker. De ondergroei in bossen en parken wordt op deze bodem snel gedomineerd door Grote brandnetel en Fluitenkruid en in beter ontwikkelde situaties komen soorten als Geel nagelkruid, Groot heksenkruid en Brede wespenorchis veel voor.

De flora van het stenige deel van de stad en de meer informele plekken als braakliggende terreinen bevat veel urbane soorten die veel een deel terug te voeren zijn op het haven- en transportkarakter van de stad. Voorbeelden zijn twee relatief nieuwe ingeburgerde soorten fijnstraal: Gevlamde fijnstraal en Ruige fijnstraal. Verder vind men hier onder andere Bleke morgenster, Oosterse raket en Behaard breukkruid.

Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)
Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)

Oude muren in de stad en in de havens herbergen veel muurplanten als Tongvaren, Steenbreekvaren of Zwartsteel. Ook in steenglooiingen langs de rivier worden deze soorten gevonden. Juist op oude of slechte muren waar gaten in het metselwerk zitten kunnen ze zich vastzetten met hun wortels. Omdat verschillende muurplanten beschermd zijn is het een groep die vaak relevant is bij sloop en renovatie van oude muren. 

Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa)
Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa)

Langs de Nieuwe Maas en De Oude Maas drukken rivierbegeleidende soorten en planten van het zoetwatergetijdengebied hun stempel op de Rotterdamse flora. Grote engelwortel komt algemeen voor. Spindotterbloem groeit in massale hoeveelheid langs de Oude Maas maar is ook langs de Nieuwe Maas te vinden tot aan de oostgrens van de stad. In het getijdengebied is Oranje springzaad een nog voortdurend toenemende nieuwkomer.

Meer naar het westen ligt het haven- en industriegebied van Botlek, Europoort en de eerste en tweede Maasvlakte. Daar liggen honderden hectaren bermen en leidingstroken met een meestal zandige bodem en een vegetatie die naar het westen toe steeds meer duininvloeden krijgt. Gevlekte rupsklaver en Knopig doornzaad zijn hier typische deltasoorten. Op de schrale zandbodem van de leidingstroken groeien overvloedig teunisbloemen en Slangenkruid maar ook onopvallende kleine plantjes als Geelhartje en Glad biggenkruid. Op vochtige plekken komen plaatselijk grote aantallen Vleeskleurige orchis en Moeraswespenorchis voor. De buitenrand van de Maasvlakte is de plek voor de echte kustsoorten Zeeraket en Zeewolfsmelk. 

Al deze duinplanten worden in het havengebied vergezeld door planten die het urbane karakter van het havengebied vertegenwoordigen: Langbaardgrassen, Wouw en vooral Grijze mosterd.